Ode aan de kassei

Een ode aan de kassei

tekst: Sander Westerhout

Door in april deel te nemen aan de Skoda Classic Challenge (SCC) omarm je automatisch het ‘fietsen’ over de kassei. Mijn eerste gedachte bij het woord kassei is altijd Parijs-Roubaix. Met name het moment dat ik met klamme handen op de bank het profpeloton vol doodsverachting de kasseienstrook Trouée d’Arenberg op zie denderen. Ik zie de kassei dan ook als uiterste tegenpool van het zoemende Italiaanse asfalt. Dat laatste heeft uiteraard mijn voorkeur. Laat staan als mijn fiets het recht had om te kiezen. Die droomt hoogstwaarschijnlijk alleen maar van gladde penseelstreken door een heuvelachtig landschap met nul kans op een lekke band of valpartij.

Met het naderen van april werd de kassei een redelijke obsessie. Ik probeerde er alles over te weten te komen. Hoe zwaar ze zijn, welke vormen er allemaal bestaan, uit welk gesteente ze zijn gemaakt (kijk uit voor de blauwe!) en waarom dat ruwe oppervlak toch zo glad kan worden door drie druppels water. Ik bekeek op Youtube werkelijk alles wat met de kassei te maken had. Ik zag oude beelden, van onherkenbare renners die ploeterend de stroken aan het overleven waren tot gepensioneerden die al hun vrije tijd stoppen in het zorgvuldig herstellen van kasseistroken. Ik hoorde Tom Boonen zeggen dat het trainen van het rijden over de kassei geen enkele zin heeft. Heel simpel: je kan het of je kan het niet. Twee uitersten met daartussenin een ongrijpbare, zwarte leegte.

Als zelfverklaard materiaalnerd met autistische trekjes kreeg uiteraard ook mijn fiets de nodige aandacht. Nieuwe wielen werden gespaakt. Alle carbon componenten werden tijdelijk vervangen voor oerdegelijk aluminium. Het stuur werd voorzien van extra dik stuurlint, strak gewikkeld over strategisch geplaatste gelpads. Helaas was er wel één tegenvaller: mijn frame kon geen 28mm banden huisvesten. Met een zelfbedachte formule herrekende ik dan maar de ideale bandendruk bij mijn gewicht en 25mm-banden. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Wel voelde ik bij elke aanpassing mijn lichtgewicht fiets veranderen in een loodzware tank. Blijkbaar een essentieel voertuig om aan te treden in de ‘Hel van het Noorden’.

“It’s a circus, and I don’t want to be one of the clowns”
Het antwoord van ex-prof Chris Boardman op de vraag
waarom hij nooit meedeed aan Parijs-Roubaix

Gelukkig mag ik spreken van een flinke dosis ervaring in het mountainbiken. Vol vertrouwen betrad ik dan ook met mijn tank en vergaarde encyclopedische kennis de eerste met kasseien ingelegde Lange Aststraat tijdens de Ronde van Vlaanderen. Met mijn handen ontspannen op het dikke stuur en de ketting stevig op het buitenblad zat er maar één ding op: plankgas! Achteraf bezien ging dat lang niet slecht. Maar ja, wist ik veel dat dit pas het begin was. Twee dagen na Vlaanderen, na ongeveer 10 kilometer vlakke kasseistroken, voelde ik met het knijpen van de vingers nog steeds de nodige ongemakken. De twijfel begon dan ook toe te slaan. Parijs-Roubaix heeft immers ruim vijftig (!) kilometer stenen op het programma staan. Na de Hel van het Noorden weet ik wel beter. Dat waren verdomme biljartlakens, daar in Vlaanderen!

Om wat twijfel weg te nemen, hebben ze de stroken tijdens Parijs-Roubaix netjes een aantal sterren gegeven. Twee sterren is ongeveer vier minuten vloeken, na een strook van vijf sterren heb je boven je middel geen gevoel meer. Zoiets. Op mijn fiets pronkte in de vroege morgen een matgroene sticker over de totale lengte van mijn frame. Er stonden zo veel sterren op dat je de hemel er mee kon kleuren. Ik ontdekte er driemaal een met vijf sterren aangeduide strook op. De namen van die stroken deden me denken aan zomerse locaties waar je de ideale Airbnb aantreft. Na mijn bureaustudie wist ik echter beter. Hier gaan de tanden op elkaar.

Eventjes werd het nog spannend met de weersvoorspellingen. De uitspraak ‘april doet wat het wil’ is niet voor niets een boerenwijsheid. Op de heenreis kleurde de lucht steeds grijzer en passeerden we al menig regenbui. Ook in de avond liepen we na het eten nog door de regen. Het zal toch niet zo zijn dat na 15 jaar juist dit jaar de zo gehoopte natte editie zou worden? Dan had ik beter m’n schaatsen mee kunnen nemen. Bij een paar spatten worden kasseien namelijk spiegelglad en is er geen doorkomen meer aan met de smalle banden. We zouden het zien. 28 keer verstand op nul, geloven in jezelf en zorgen dat een engeltje op je schouder blijft zitten.

Inmiddels was het hoog tijd om van start te gaan. Na de massale troepenverplaatsing per bus stonden we met ongeveer 5000 man ergens midden in het Franse platteland het juiste voorwiel bij de fiets te matchen. Hier en daar moest menig angstplas de blaas al verlaten. 15 kilometer verderop lag immers de eerste strook op de wielertoeristen te wachten. Ik schrok een beetje van de vele mountainbikes, cyclocrossfietsen en banden die veel meer waren dan de heilige 28mm. Ik zag menig renner met tape om de polsen en al druk gebarend in kort-kort rondfietsen. Ook de combinatie baard en Rapha-kleding was alom vertegenwoordigd. Wat me ook direct opviel, was het postuur van de aanwezigen. Hier weinig strakstaande klimrennertjes van een kilo of 65. Alles was hier groot, bonkig en hoekig. Alsof ik een rol mocht gaan vervullen in een oorlogsscène uit ‘Braveheart’.

Tja, en dan de tocht. Die klopt tot in elk detail van alles wat je er ooit over leest of zult zien. Het is bruut, oogstrelend, doodeng, spannend, prachtig, bizar, gaaf, adrenaline-opwekkend, onmenselijk, hilarisch, pijnlijk, onmogelijk, uitputtend, wreed, beeldschoon, maniakaal, betoverend en verslavend. Elke strook weer, 28 keer, in willekeurige volgorde van betekenis. Een ervaring die zes uur lang in je lijf wordt gebeiteld. Tot je helemaal naar de vaantjes bent. Om er vervolgens nooit meer uit te gaan. Na de tocht riep ik keihard: ‘Dit dus nooit meer!’ In de avond, omgeven door de prachtige verhalen aan tafel, ga je al twijfelen. Na het zien van de koers op zondag weet je het zeker: ‘volgend jaar weer!’

Een bizarre paradox, dat Parijs-Roubaix. Het geeft betekenis aan die ongrijpbare zwarte leegte. Een leegte die je zelf tijdens het fietsen van Parijs-Roubaix betekenis gaat geven. Een unieke ervaring die deze overlevingstocht zó bijzonder maakt dat het met niets te vergelijken is. Nog nooit heb ik zo zitten zwijnen op mijn fiets. Nog nooit heb ik zo met doodsverachting op de fiets gezeten, nog nooit heb ik zo’n pijn in mijn lijf gehad na het fietsen. Nooit had ik gedacht dat het fietsen op kasseien zo gaaf is. Een terechte concurrent voor het Italiaanse asfalt. Een groter compliment kan ik deze tocht niet geven.

Scroll to top